Haarlem Amsterdam

Een donkere dolcel uit de zestiende eeuw

De donkere dolcel uit 1564 in het voormalige Leproos-, pest- en dolhuis is één van de laatste oorspronkelijke dolcellen in Europa. Durf jij de dolcel te betreden?

De eerste dolcel

In de Middeleeuwen waren er geen aparte instellingen voor krankzinnigen. Je werd door je familie verzorgt of opgenomen in een gasthuis. Daar werden op zolder vaak hokken getimmerd om de gevaarlijke mensen in op te sluiten. In de 15e eeuw verschenen in Nederland de eerste dolhuizen, waarin huisjes of cellen waren samengevoegd rondom een binnenplaats. De Reinier van Arkel Stichting in ’s Hertogenbosch uit 1442 was het eerste dolhuis in Nederland.

In 1564 werd in het Leprooshuis in Haarlem, in het gebouw van het huidige museum, plaatsgemaakt voor een nieuwe bewonersgroep bestaande uit krankzinnigen. Voor hen werd er een aparte vleugel met veertien dolcellen gebouwd. Er werd onderscheid gemaakt tussen mensen die hun verstand kwijt waren maar zich rustig gedroegen en degenen die druk en agressief waren: zij werden ‘dol’, ‘furieus’ of ‘razend’ genoemd.

Die laatsten moest je ketenen en met geweld bedwingen totdat zij weer wat rustiger werden. Het beste was om ze zolang in een hok of een cel op te sluiten. Dit waren de gedachtes van toen en hier komt de naam ‘dolcel’ dus vandaan.

Eenzame opsluiting

Opgesloten zitten in een dolcel moet verschrikkelijk zijn geweest. Een luikje bovenin de cel zorgde wel voor wat licht en frisse lucht, maar daaronder zat een zware buitendeur en een getraliede binnendeur. Het interieur van de gemiddelde dolcel was karig, als krankzinnige kreeg je slechts een houten krib en een poepdoos. In de winter werd het ijskoud in de cel en moesten verhitte stenen voor wat warmte zorgen.

Gedwongen opname

Meestal namen naaste familieleden het initiatief voor opname in het dolhuis. Het stadsbestuur moest hier toestemming voor geven. Soms kwam de stadsdokter er aan te pas om te controleren of de betrokkene werkelijk ‘dol’ was.

In 1849 verhuisden de krankzinnige bewoners in het Dolhuys naar een nieuw gesticht. De meeste dolcellen werden gesloopt en het gebouw kreeg een andere functie. Eén dolcel bleef bewaard, bestemd voor onhandelbare gekken die door de politie waren opgepakt en wachtten op overplaatsing naar een gesticht.

Deze dolcel, één van de laatste oorspronkelijke dolcellen in Europa, is nu onderdeel van het museum. Door de dolcel binnen te stappen en de deur achter je te sluiten, kun je zelf ervaren hoe iemand die daar werd opgesloten zich gevoeld moet hebben: eenzaam, koud en gedesoriënteerd.

Dolcel anno nu

De dolcel is veranderd van een lege kooi op zolder tot de klinische isoleercel die vandaag de dag wordt gebruikt om mensen in toom te houden, tegen zichzelf en anderen te beschermen en tot kalmte te dwingen. De isoleercel is controversieel. Volgens het VN-verdrag voor de rechten van mensen met een handicap, is vrijheidsontneming op basis van ziekte, handicap of psychosociale beperking niet gerechtvaardigd. Veel van de GGZ-instellingen in Nederland willen dan ook af van het gebruik van de isoleercel of separeerruimte. Volgens hen is de isoleercel rijp voor het museum.

Onderdeel van tentoonstelling

Cookies
We gebruiken cookies op onze website, lees meer over ons cookie en privacy beleid.