Haarlem Amsterdam

Ton Witkamp (50)

Ter gelegenheid van het 700-jarig jubileum van het Dolhuys, waar Museum van de Geest | Haarlem gevestigd is, verzamelden we verhalen van voormalige bewoners en medewerkers in de online tentoonstelling Leven in het Dolhuys. Ton Witkamp (50) werd in 1996 als client opgenomen in het voormalige crisiscentrum.

“In het voorjaar van 1996 ben ik vanwege een psychose opgenomen in het crisiscentrum. Samen met mijn vader zat ik in de Psychiaterkamer, dat was toen de spreekkamer. Het was een kortdurende opname van een week. Vooral de rust die hier heerste, gaf mij een geborgen, veilig gevoel. Ik voerde dagelijks gesprekken met een hulpverlener, speelde tafeltennis met een vrijwilliger en ’s avonds dronk ik melk met honing. Een psychose is een hele enge ervaring. Er zijn geen grenzen meer, je hebt geen besef van tijd en ruimte, je bent in het nu, verbonden met alles. Elk detail krijgt betekenis, doordat er geen filter is tijdens het waarnemen – heel verwarrend. Ik heb doodsangsten uitgestaan.

Halverwege de opname mocht ik een dagje naar buiten, maar het ging helemaal mis! Ik kreeg extreme pijn in mijn hoofd, alsof alles uit elkaar knalde. In paniek liep ik hier het plein op. Er werd mij uitgelegd dat dit te maken had met de bijwerkingen van de medicatie en ik besloot om geen pillen meer te slikken. Een ander kan mij niet genezen, ik moet mij zelf helpen. Ik kocht een grote bos bloemen voor het crisisteam en ben een wereldreis gaan maken.

Inmiddels woon ik tegenover het Dolhuys en kijk uit op mijn voormalige slaapkamer, de Verklaringskamers. Ik zie mijzelf als een ‘gezonde gek’. Ik denk dat ieder mens momenten heeft dat hij zichzelf even verliest. Gekte is voor mij contact met het onverklaarbare. Achteraf zijn mijn psychoses een redding geweest om te stoppen met drugsgebruik. Ik ben clean, ik heb een eigen bedrijf opgebouwd, ben getrouwd en ben vader. Soms valt het me zwaar om los te komen van het verleden. Zeker in het begin van mijn revalidatie was ik bang dat mensen mij nog zien als ‘die jongen die in de supermarkt tegen zichzelf praatte’. Je krijgt wel een label. Aan de andere kant: het merendeel van mijn leven ben ik al bezig met herstel. Ik ben echt de laatste restjes aan het schoonmaken.”