Aloïse Corbaz

Nadat ze haar middelbareschooldiploma heeft behaald wordt Aloïse gouvernante aan het hof van Wilhelm II van Pruisen, waar ze stapelverliefd wordt op de keizer, met wie ze een ingebeelde liefdesaffaire beleeft. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog dwingt haar naar Zwitserland terug te keren. In die tijd raakt Aloïse bevangen door overdreven religieuze gevoelens en begint ze opstandig gedrag te vertonen, op grond waarvan ze wordt opgenomen in een inrichting. Aanvankelijk komt ze in het Hôpital de Cery terecht, de psychiatrische kliniek van het universiteitsziekenhuis van Lausanne (van 1918 tot 1920), om vervolgens te worden overgeplaatst naar La Rosière, waar ze tot haar dood blijft.

Tot 1936 werkt ze in het geheim, met potlood en inkt op iedere ondergrond die ze maar kan vinden. Ze maakt ook zelf vloeistoffen uit samengeperste bloemblaadjes, fijngemalen bladeren en tandpasta. Haar werk wordt gedomineerd door een liefdespaar en haar voorliefde voor theater en opera.

Delen