5 juni 2020

Thuis kunst kijken: ‘The Lord of the Rings en Het Sleutelkruid’

De musea werden gesloten en de halve wereld zit opeens de hele dag thuis. Maar de kans is groot dat je daar ook iets moois aan de muur hebt hangen. Misschien is er wel een plek speciaal ingericht voor een familie-erfstuk of een bijzonder kunstwerk. In deze serie vertellen de ambassadeurs van Samen Sterk Zonder Stigma over hun favoriete ‘museumstuk’ in huis en wat dat object voor hun betekent.

In mijn kamer staan een bed, een stoel, een kast met boeken, een kast met kleren en een kast met alle andere soorten spullen die je door de jaren heen kan verzamelen. Ik noem het mijn kamer, maar deze kamer is net zo min van mij als de bibliotheek boeken in mijn kast. Ik huur deze kamer van een man die het grootste deel van het jaar in Spanje woont, die een week per twee maanden thuis is. Ik ben een recentelijk afgestudeerde antropoloog en dichter die zich bezighoudt met het destigmatiseren van psychische aandoeningen. Ik verwacht niet binnenkort veel geld te gaan verdienen. Tegelijkertijd droom ik stiekem van een kamer waar ik mijn huisbaas niet door de muur heen hoor praten in zijn slaap.

Misschien dat ik daarom nooit echt mijn best heb gedaan om van deze kamer een thuis te maken. Op het eerste gezicht is mijn kamer een bonte verzameling van troep. Een bonte verzameling van troep waar ik persoonlijk zeer aan gehecht ben, maar toch. Toen ik gevraagd werd om een stuk te schrijven over kunst in mijn huis, ging er niet meteen een belletje rinkelen. Zelfs al vind ik de 15 nep bloemen die de 15 boorgaten vullen naast mijn bed er persoonlijk zeer kunstig uitzien.

De reden dat ik zoveel troep om me heen verzamel is tweevoudig: 1. Voor mij zijn spullen vaak verbonden aan een herinnering. Is dit een goede herinnering, dan is het voor mij bijna onmogelijk om iets vervolgens weg te gooien. 2. Mijn moeder werkt bij een kringloop.

Vooral door de eerste reden heb ik stapels kleding met ‘onuitwasbare’ herinneringen. Benodigdheden van hobby’s die ik ooit leuk vond. Aandenkens aan vakanties, kermis knuffels, knutselwerken. Ik slaap op de kussensloop die ik 10 jaar geleden van mijn moeder voor mijn verjaardag kreeg en onder een dekbed dat ik tijdens mijn uitwisseling in Engeland heb gekocht.

Thuis kunst kijken: 'The Lord of the Rings en Het Sleutelkruid' 1

Tijdens het schrijven heb ik veel nagedacht over wat kunst eigenlijk is en welke spullen in mijn kamer het mooiste verhaal hebben om te vertellen. Zelfs als ik nadenk over de kunst die er in mijn droomhuis hangt, vraag ik me af of ik er ooit meer over zal kunnen zeggen dan ‘ik vind het mooi’. Ik hoop van wel. Want voor mij zit de kunst in het verhaal. Daarom heb ik uiteindelijk twee boeken uitgekozen om te laten zien. The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien en Het Sleutelkruid van Paul Biegel. Beide boeken hebben betere dagen gezien. De kleuren zijn vervaagd er zitten scheuren in de kaften, maar juist maakt de boeken zo mooi. Ze zijn zo vaak uit gelezen dat ze uitgeleefd zijn. In Lord of the Rings staat een met zwarte vulpen geschreven inscriptie:

“Voor Monique van Bram voor haar verjaardag op 30 maart 1974.
(O ja, ik zou wel eerst The Hobbit lezen, dan snap je het wat beter.)
(Je mag er gratis een zoentje bij krijgen)
(Ik hoop dat die rode roos het wat lang houdt. Daarna mag je hem in je dagboek plakken)”

Bram sluit af met een getekend hartje. Ik heb hem nooit ontmoet. Het was een jeugdvriend van mijn moeder, jaren voordat ze mijn vader leerde kennen. Maar ik vind het zo mooi om hetzelfde boek te lezen waar mijn moeder 46 jaar geleden ook uren mee op schoot zat.

Thuis kunst kijken: 'The Lord of the Rings en Het Sleutelkruid'

Het Sleutelkruid heeft geen inscriptie, behalve de met potlood geschreven 9,50 op de titelpagina. Ik zou eigenlijk niet meer precies weten waar het boek over gaat. Ik weet wel dat het een van mijn vaders favoriete boeken was om voor te lezen. Wanneer ik dit boek vasthoudt voelt hij dichterbij. Het is vandaag 16 jaar geleden dat hij overleed en soms voelt het oneerlijk dat ik hem nooit als volwassene heb leren kennen. Maar als ik dit boek zie, dan zie ik ons samen in bed liggen. Dan zie ik een tastbare herinnering aan zijn liefde en toewijding. De aanblik van deze vieze gescheurde kaft zal me altijd herinneren aan de tijd die we wel hadden.

Frederike Kossmann (1994) is antropologe en dichter. Haar poëziedebuut ‘Super spontaan en totaal niet ongemakkelijk’ verscheen vorig jaar in de winkels. Ze werkt bij het project Alles Goed aan het destigmatiseren van depressie en is ambassadeur voor Samen Sterk Zonder Stigma. Op het moment woont ze in Amsterdam Noord.

Delen